DE KAPPER NR 5 2024 41 ACHTER DE SCHERMEN Maandag 23 september was ik te gast bij Yonder, het beroepsonderwijs in Midden-Brabant. Jessie, docent bij de kappersopleiding, verwelkomde me op typische Brabantse wijze met een kop koffie. Na een kort kennismakingsgesprek begonnen we snel aan de eerste les. Ik woonde twee lesblokken bij van verschillende klassen. Het eerste blok was voor de damesopleiding, waar vandaag de module Wassen en Föhnen centraal stond. Tijdens de les werden diverse tips en tricks gedeeld, zoals het maken van secties, de borstel constant in beweging houden, goed ronddraaien en het haar polijsten. Het woord “polijsten” maakte me meteen enthousiast, want dat is tenslotte de finishing touch, het puntje op de ‘i’. Het valt me direct op dat er veel jonge leerlingen rondlopen. Jessie benadrukt dat het maken van een beroepskeuze op zo’n jonge leeftijd een uitdaging kan zijn. Het is leuk om te zien hoe deze jongeren oefenen met de borstel en föhn, handelingen die voor ons vanzelfsprekend zijn. De leerlingen stralen motivatie uit en Jessie probeert haar aandacht goed over de 18 leerlingen te verdelen. Een uitdaging, zeker in vergelijking met de hands-on trainingen die ik vroeger gaf met maximaal 10 leerlingen. Als een vliegende kiep beweegt ze soepel door de groep, ondersteund door een assistent die technische uitleg geeft. Het valt me op dat de leerlingen goed bezig zijn, maar ik verbaas me erover dat sommigen geen ronde borstel bij zich hebben. Dit doet me terugdenken aan mijn eigen schooltijd, 38 jaar geleden. Toen leken we wel pakezels, met oefenhoofden, föhns, borstels, watergolfrollers, permanentwikkels en de nodige boeken. Alles moest je bij je hebben voor één dag opleiding. Het is dus duidelijk veranderd. Hoewel ik niet wil zeggen dat het nu makkelijker is, vind ik het zorgwekkend dat er zo weinig aandacht lijkt te zijn voor het juiste gereedschap. Aan het einde van het lesblok sluit Jessie de les klassikaal af, en het valt me op dat er weinig vragen worden gesteld. Dit herinnert mij aan mijn schooltijd, waar in mijn rapport stond dat ik juist te veel vragen stelde. Wat beter is, weet ik eerlijk gezegd niet. Na een korte pauze van 15 minuten begint het volgende lesblok: de opleiding Herenkapper/Barbier. In deze groep zijn eerste- en tweedejaars samengevoegd, met ongeveer 20 leerlingen onder Jessies begeleiding. Wat me meteen opvalt, is de omgekeerde verhouding tussen jongens en meiden. Waar de eerste les uit zeventien meiden en één jongen bestond, zijn het nu voornamelijk mannen met slechts één dame. Dit contrast wordt gedurende de les alleen maar duidelijker. Wanneer de les start, vraagt Jessie of iedereen erbij komt, maar sommige leerlingen gaan meteen hun eigen gang. De ene blijft zijn oefenhoofd nat maken, een ander werkt aan zijn contouren, en er zijn zelfs leerlingen die een kwartier te laat binnenlopen. Het is duidelijk dat de eerstejaars nog maar net met hun opleiding zijn begonnen en nog moeten leren om knipafdelingen te maken. Het aantal leerlingen dat moeite heeft met het creëren van scherpe afdelingen en rechte scheidingen is schokkend. Hoewel Jessie zich van hot naar her beweegt, blijkt ze handen tekort te komen; een extra assistent zou zeer welkom zijn. Ik voel de drang om te helpen, maar dat is vandaag niet mijn doel. Wat me het meest opvalt, is hoe veel brutaler de jongens zijn dan de meisjes. Terwijl ik in mijn hoofd al tien keer tot tien tel, blijft Jessie kalm en beheerst. Ik bewonder haar manier van omgaan met deze leerlingen, maar het lijkt alsof ze totaal niet geïnteresseerd zijn in de essentie van ons vak. Ook ontbreekt het hen aan discipline en respect voor de leraren. Daarnaast hebben verschillende leerlingen wederom hun gereedschap niet meegenomen. Het is onbegrijpelijk dat ze, wetende dat ze een kniples hebben, zonder scharen naar school komen. Is het tenenkrommend of juist lachwekkend? Ik weet het niet. Wat ik wel goed vind, is dat deze leerlingen de les uitgestuurd worden. Ze mogen aan het einde van de les weer terugkomen, zodat ze niet zomaar naar huis kunnen, wat een goede aanpak is. Aan het einde van de les gaat Jessie in op dit onderwerp met de betrokken leerlingen. Hun discussie loopt in mijn ogen snel uit de hand, maar Jessie blijft rustig en vastberaden. Haar standpunt is duidelijk: geen gereedschap betekent geen les. Ze sluit de discussie af, maar de leerlingen proberen te beweren dat ze het zwaar hebben. Ik heb vriendelijk aangegeven dat ze het tegenwoordig veel gemakkelijker hebben dan wij 38 jaar geleden, toen we met volle tassen naar school moesten. Aan het einde sluit Jessie de les af in twee fases, met leerjaar 1 en 2. Het is goed dat ze de lesstof herhaalt en ruimte biedt voor vragen, maar je merkt dat de meeste leerlingen met hun hoofd al ergens anders zijn. Na afloop van de middag nemen we de tijd voor een gesprek. Ik maak een diepe buiging voor Jessie en heb ontzettend veel respect voor haar geduldige en begripvolle benadering van de leerlingen. Tijdens de tweede groep moest ik regelmatig tot tien tellen. Als ik deze les had gegeven, had ik waarschijnlijk meerdere studenten uit de klas gestuurd, niet alleen degenen zonder spullen. Terugdenkend aan het respect dat wij vroeger voor onze leraren hadden, de leergierigheid van onze klassen en onze discipline, maak ik me zorgen over de toekomst van onze branche. Aan de ene kant vind ik dat ons onderwijssysteem op veel vlakken tekortschiet, maar vandaag heb ik ook de keerzijde gezien. Het is duidelijk dat niet alles aan de leraren ligt; de mentaliteit van de jeugd is veranderd, en dat is niet altijd ten goede. Dit roept de vraag op of de oorzaak in de opvoeding ligt, en voor een groot deel denk ik van wel. Daarnaast moeten jongeren tegenwoordig veel te vroeg een beroepskeuze maken; daar ben ik van overtuigd. Zit de oorzaak ook bij de leraren? Misschien in sommige gevallen, maar het is vandaag voor mij duidelijk geworden dat Jessie zeer gemotiveerd is om haar leerlingen echt een vak aan te leren. Terwijl zij onvermoeibaar doorgaat, ben ik bij sommige leerlingen al in mijn hoofd afgehaakt. Dit maakt me bewust van de uitdagingen voor werkgevers in onze branche, die steeds moeilijker goed en gemotiveerd personeel zullen vinden. De situatie is al lastig, en ik vrees dat het in de toekomst nog moeilijker zal worden. In de rubriek ‘In de schaduw van…’ volgt Gertjan van Gils een dag uit het leven van een professional in het kappersvak. Of het nu een ondernemer, educator of productleverancier betreft, Gertjan deinst nergens voor terug en neemt ons mee naar plekken waar normaal gesproken de deuren gesloten blijven. IN DE SCHADUW VAN… JESSIE VAN BUSSEL, DOCENT KAPPERSOPLEIDING AAN YONDER, HET VOORMALIGE ROC TILBURG
RkJQdWJsaXNoZXIy MTAyNDU4