38 HOORDETAIL NR 2 2026 Ik merk dat het lezen van deze stelling een enorme twijfel bij me oproept. Deze twijfel wordt voornamelijk bepaald door het verleden, toen de opleiding nog bestond. Ik denk vooral terug aan de beladen discussies van weleer, over wie wat wel en niet mag doen bij welke cliënt. Mag een hbo-geschoolde binnen de audiologie nu wel of niet dat hoortoestel en de BCD aanpassen? Of mag dat misschien alleen bij lichte gehoorverliezen en niet bij SP- of UP-toestellen? Of is hier toch echt een universitair audioloog of klinisch fysicus-audioloog nodig? Ik denk dat het onmogelijk is om alles zo zwart-wit te beoordelen. Er spelen veel meer aspecten een rol om te bepalen wat een cliënt nodig heeft en hoe complex of eenvoudig het probleem is. Mijns inziens is het op dit moment redelijk overzichtelijk qua werkzaamheden en verantwoordelijkheden. Wanneer ik echter kijk naar de officiële mogelijkheden voor verdere inhoudelijke verdieping voor een mbofunctionaris (audiologieassistent en audicien), zijn de opties op dit moment enorm beperkt. Het ‘gat’ van mbo naar klinisch fysicus-audioloog is simpelweg te groot. Wat dat betreft zou het opnieuw opzetten van een hboaudiologieopleiding in Nederland gewenst zijn, al moet natuurlijk vermeld worden dat de hbo- en universitaire opleiding (Audiologie en Logopedie) in België ook voor Nederlanders ‘gewoon’ toegankelijk is. In de praktijk zie je steeds vaker dat personen met een direct aan de audiologie gerelateerd hbo-diploma (met name logopedie) ook actief zijn in de eerste lijn. Sommigen stromen door naar meer leidinggevende functies, maar anderen blijven actief in de eerste lijn. Zou meer hbo-niveau de eerste lijn kunnen versterken? Mogelijk wel, maar of het voldoende is om het personeelstekort op te vangen, denk ik niet. Daarnaast ben ik bang dat de eerste lijn te weinig uitdaging en te veel lopendebandwerkzaamheden gaat bieden. Zou het daarom niet verstandiger zijn om deze functionarissen meer verdieping te bieden binnen de anderhalvelijnszorg, bijvoorbeeld in de vorm van monodisciplinaire audiologische zorg of verdere functiedifferentiatie? WAT VINDT... ER MOET WEER EEN HBO-OPLEIDING AUDIOLOGIE KOMEN OM DE EERSTE LIJN TE VERSTERKEN Klinisch fysicus Audioloog Het Hoortoestel Advies Centrum Thijs Thielemans De zorg in Nederland staat onder druk, zo lezen we voortdurend in de krant. Dat komt vooral door een bevolking die steeds ouder wordt en steeds minder mensen die dit werk kunnen doen. Ook in de hoorzorg zien we die ontwikkeling. Met zo’n 450 KNO-artsen, 150 audiologen en circa 1.500 audiciens helpen we jaarlijks vele patiënten en cliënten. Huisartsen sturen patiënten bovendien veelal door. Digitalisering, e-health en zelfhulp kunnen een deel van het probleem vast en zeker oplossen. Maar redden we het daarmee? Of moeten we ook de organisatie van de hoorzorg anders inrichten? Uiteindelijk willen we voorkomen dat mensen met hoorproblemen de zorg gaan mijden. Daarom hebben we er alle belang bij dat de hoorzorg laagdrempelig en toegankelijk blijft en dat de kwaliteit van zorg op niveau blijft. Dat vergt mogelijk dat de eerste lijn wordt versterkt. Daarom de stelling: er moet (weer) een hbo-/associate degree-opleiding audiologie komen. Dan kunnen er in de eerste lijn bij audiciens meer taken worden overgenomen. Zo kunnen de KNO-arts en het audiologisch centrum zich concentreren op specialistische hoorzorg. De hoorbranche is volop in beweging, onder invloed van technologische innovaties en maatschappelijke ontwikkelingen. In de rubriek ‘Wat vindt…’, een initiatief van Hoordetail in samenwerking met de NVAB, reageert een roulerend panel op actuele stellingen. In deze editie staat de volgende stelling centraal: ‘Er moet weer een hbo-opleiding audiologie komen om de eerste lijn te versterken’. HET ‘GAT’ VAN MBO NAAR KLINISCH FYSICUS-AUDIOLOOG IS SIMPELWEG TE GROOT. WAT DAT BETREFT ZOU HET OPNIEUW OPZETTEN VAN EEN HBOAUDIOLOGIEOPLEIDING IN NEDERLAND GEWENST ZIJN
RkJQdWJsaXNoZXIy MTAyNDU4