Meat&co nr1 2026 Online

10 MEAT&CO NR 1 2026 INTERVIEW: MANON HOUBEN (VLEESNL) Houben doet haar werk het liefst in stilte, legt ze uit, al zijn zichtbaarheid en profilering van de vleessector aspecten waar ze veel over nadenkt. In dat kader voerde de COV onlangs een naamswijziging door naar VleesNL. “Een naam die zegt waar we voor staan, waar we trots op zijn én die een toegankelijke, moderne en professionele uitstraling heeft. Het draagt ook bij aan de herkenbaarheid van onze organisatie als belangenbehartiger van de vleessector en als gesprekspartner voor alle stakeholders in de vleesindustrie en achterliggende keten. Met de lancering van een andere naam en website hebben we een nieuwe stap gezet richting de toekomst. VleesNL maakt in één klap duidelijk wat we doen. Het logo is ook fris en mooi”, verduidelijkt Houben. “Persoonlijk gebruik ik LinkedIn veel om mijn professionele netwerk te informeren over wat ik doe binnen de keten en de sector.” De inwoonster van Son en Breugel is geen onbekende in de sector. Voordat zij in april 2025 aan de slag ging bij de COV/VleesNL, was zij werkzaam bij Van Loon Group. Daarvoor werkte ze binnen de dierengeneeskunde. Ik kende de keten al voor een deel, omdat ik al langer bij veehouderijen en slachthuizen over de vloer kwam. Voedselveiligheid, dierenwelzijn en -gezondheid nam ik dus in mijn rugzak mee toen ik begon als voorzitter. Het afgelopen jaar heb ik kennisgemaakt met een heleboel soorten bedrijven en mensen, geleerd hoe zij onderling samenwerken en waar de commerciële kansen liggen.” Internationale medewerkers Houben heeft ook te maken met het (doorlopende) dossier rond ‘internationale medewerkers’ in onze sector. “Het Ministerie van Sociale Zaken overweegt of de inzet van uitzendkrachten, en meer specifiek internationale medewerkers (in de volksmond: arbeidsmigranten, red.), nog wel houdbaar is. Wat dat betreft bevinden we ons in een perfecte storm, want het politieke debat kent op dit moment twee kampen. Enerzijds is er de discussie of Nederland niet vol is en anderzijds kampen we met een personeelstekort in allerlei sectoren dat alleen opgelost kan worden met de inzet van internationale medewerkers. Zij vullen de laaggeschoolde banen in. Slechts een heel klein deel van de totale populatie internationale medewerkers werkt in de vleesverwerkende industrie. We zijn blij dat ze het willen doen en de sector heeft ze ook keihard nodig”, verduidelijkt Houben. “De bedrijven in onze sector moeten deze medewerkers waarderen en goed voor ze zorgen. Daar zijn we als brancheorganisatie druk mee bezig. Er bestaat nu een ongenuanceerd beeld, waardoor het lijkt dat de kostprijs laag gehouden wordt ten koste van mensen. Maar de betaling per functie is gewoon gelijkwaardig, ongeacht de herkomst van iemand. We zijn dankbaar en blij met internationale medewerkers. We lobbyen zodoende veel bij de politiek, want we willen wel dat zij met een open en eerlijke blik naar onze sector blijven kijken. We zijn continu in gesprek met het Ministerie en hebben ook zelf een pakket aan maatregelen genomen. Binnen VleesNL hebben we een medewerker, die gespecialiseerd is in dit soort beleidsstukken. Hij heeft een actieplan geschreven (Gezond, Eerlijk en Veilig Werk) dat we nu verder aan het uitrollen zijn binnen de sector.” ‘Trots op wat we doen’ Houben geeft aan dat ze haar voorzitterschap heeft verbonden aan trots. “Omdat ik enorm trots ben op wat we doen in Nederland. Ik heb veel in andere landen mogen kijken, maar we doen het in ons land enorm goed. Zowel in de vleesverwerkende industrie als in de veehouderij. Natuurlijk moet je elke dag nastreven om het beter te doen, maar het is heel belangrijk dat we als sector onze trots gaan uitstralen. Wij moeten helaas zelf benoemen dat we het beste jongetje van de klas zijn – wereldwijd. Maar als wij het niet doen, zal de overheid dat nooit door krijgen en de consument al helemaal niet. De kopschuwheid gaat er gelukkig steeds meer af. Door schade en schande zijn we wijs geworden in ons land. Er is een lichte kentering zichtbaar in het voordeel van de Nederlandse vlees- en voedingsmiddelensector en de achterliggende keten”, herkent zij. “Dat heeft ook te maken met de globale instabiliteit. Daardoor ga je meer waarderen wat je hebt. De oorlog in Oekraïne heeft duidelijk gemaakt dat we zuinig moeten zijn op onze eigen grondstoffen en primaire behoeften. Alles wat we in Nederland zelf doen, hebben we grip op. Voor alles wat je haalt, kun je hooguit eisen stellen. Het is gewoon heel knap, duurzaam en kwalitatief hoogwaardig wat de Nederlandse bedrijven en veehouderij voor elkaar krijgen. Ze blijven innoveren. Door dat te erkennen en die trots uit te spreken, houden zij ook de energie om vooruit te blijven gaan.” Manon Houben volgde vorig jaar Laurens Hoedemaker op als voorzitter van de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV), sinds december 2025 beter bekend als VleesNL. Samen met Houben kijken we terug op haar eerste jaar aan het roer bij de branche- organisatie voor de vleesverwerkende industrie en vooral naar de kansen en uitdagingen voor de nabije toekomst. “Ik heb mijn voorzitterschap verbonden aan trots. Ik ben namelijk enorm trots op wat en hoe we het doen in Nederland. Het is reteknap hoe onze sector dagelijks bijdraagt aan het voeden van de wereld.” ‘WE MOETEN IN NEDERLAND ECHT ZUINIG GAAN WORDEN OP WAT WE HEBBEN’ HET IS KNAP WAT DE NEDERLANDSE BEDRIJVEN EN VEEHOUDERIJ VOOR ELKAAR KRIJGEN. DOOR DAT TE ERKENNEN EN DIE TROTS UIT TE SPREKEN, HOUDEN ZIJ OOK DE ENERGIE OM VOORUIT TE BLIJVEN GAAN

RkJQdWJsaXNoZXIy MTAyNDU4