6 MEAT&CO NR 3 2026 De markt in Zuid-Duitsland ondergaat een consolidatie. Daarom heeft Vion ervoor gekozen om samen te werken met partijen die blijk geven van commitment voor de lange termijnen het vermogen om te investeren in een duurzame toekomst voor de locaties. De betreffende locaties hebben een aanzienlijke strategische waarde voor de overnemende partijen en ondersteunen hun verdere ontwikkeling en integratie. Crailsheim slacht jaarlijks ca. één miljoen varkens en 95.000 runderen en heeft 593 mensen in dienst. In Waldkraiburg worden jaarlijks ongeveer 163.000 stuks vee geslacht en werken 338 mensen. “Crailsheim en Waldkraiburg zijn beide belangrijke vestigingen voor medewerkers, veehouders en klanten in de regio. Onze prioriteit is het waarborgen van een stabiele en toekomstbestendige basis voor deze locaties. Ervaren partners met sterke markttoegang en industriële expertise sluiten strategisch het beste aan”, verduidelijkt Klimp. BRANCHENIEUWS VION BEREIKT AKKOORD OVER VERKOOP VAN TWEE DUITSE VESTIGINGEN: ‘VERTROUWEN IN VERDERE ONTWIKKELING’ In het kader van strategische heroriëntatie heeft Vion Food Group een principeakkoord bereikt met twee partijen over de verkoop van twee vestigingen in Zuid-Duitsland. Voornemen is om de vestiging in Crailsheim over te dragen aan Boeser Frischfleisch en de vestiging in Waldkraiburg aan OSI Europe Foodworks. We hebben er alle vertrouwen in dat beide vestigingen zich verder succesvol ontwikkelen en een betrouwbare rol blijven vervullen binnen de regionale toeleveringsketen,” aldus Tjarda Klimp, CEO van Vion Food Group. Verschillende partijen hebben strategische interesse getoond in de rundvleesvestiging in Buchloe, en Vion is zorgvuldig bezig met de selectie van de best mogelijke partner. Voor de BestHides-activiteiten in Memmingen en EchingWeixerau onderzoekt Vion alternatieve opties. Deze vestigingen blijven volledig operationeel en bestaande leveranciersovereenkomsten blijven van kracht. Meer informatie via www.vionfoodgroup.com Sinds 2025 werkt de sector aan een ambitieus plan van aanpak, gericht op het verder versterken van arbeidsomstandigheden en het verminderen van de afhankelijkheid van uitzendkrachten. De eerste resultaten laten zien dat deze aanpak effect heeft. In de periode van het vierde kwartaal van 2024 tot het PLUIMVEEVLEESSECTOR VERMINDERT AANDEEL UITZENDKRACHTEN EN ZET STEVIG IN OP PERSONEEL DIRECT IN DIENST NEMEN De Nederlandse pluimveevleessector boekt duidelijke vooruitgang in het terugdringen van het aandeel uitzendkrachten en het vergroten van het aantal vaste banen. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers die brancheorganisatie NEPLUVI heeft opgehaald bij haar grootste leden. eerste kwartaal van 2026 is het aantal uitzendkrachten in de sector met ruim 500 FTE afgenomen. Tegelijkertijd nam het aantal medewerkers in vaste dienst met meer dan 300 FTE toe. Deze ontwikkeling onderstreept dat de sector actief de omslag maakt van flex naar vast. Daarmee wordt gewerkt aan meer stabiliteit voor werknemers en meer continuïteit voor bedrijven. Ambitie: structureel minder flex De pluimveevleessector heeft als doel gesteld om het aandeel medewerkers in dienst verder te laten groeien naar circa 80% in 2029. Naast deze ambitie zet de sector onder andere in op: • Strengere certificering en controle van uitzendbureaus; • Een sectorbreed meldpunt voor arbeidsomstandigheden; • Betere monitoring van arbeidsomstandigheden en incidenten; • Data gedreven sturing op risico’s en verbeteringen. Gerichte aanpak effectiever NEPLUVI benadrukt dat de pluimveevleessector een relatief kleine speler is binnen het bredere debat over arbeidsmigratie en flexibele arbeid. Van de 800.000 actieve arbeidsmigranten in Nederland werkt nog geen 0,5% in de pluimveevleessector. De sector pleit daarom voor een gerichte aanpak, in plaats van generieke maatregelen zoals een algeheel uitzendverbod. Volgens de brancheorganisatie is risicogericht toezicht op bedrijfsniveau effectiever en evenwichtiger, en sluit dit beter aan bij de stappen die de sector zelf al zet. “NEPLUVI ziet uit naar verdere samenwerking met het ministerie om de ingezette koers voort te zetten en waar nodig verder te versterken.”
RkJQdWJsaXNoZXIy MTAyNDU4