40 PAKKRACHT NR 1 2026 ACHTERGRONDVERHAAL De spagaat: groot bedrag in kas, maar een klein eigen vermogen Belangrijk is dat Verpact nadrukkelijk onderscheid maakt tussen liquiditeit en het saldo van de baten en lasten. De stichting rapporteert over 2024 een resultaat van €7 miljoen en een eigen vermogen van €15 miljoen. Dat zijn in verhouding bescheiden bedragen. CFO Jeroen Kluiters noemt de hoge liquiditeitspositie dan ook een hardnekkig misverstand: “Een veelgehoord misverstand is dat dit winst of eigen vermogen zou zijn. Dat is niet zo. Het resultaat was €7 miljoen en het eigen vermogen bedroeg €15 miljoen.” Verpact vergelijkt de liquiditeitspositie liever met een bouwdepot: geld staat op de rekening, maar is bedoeld voor al gemaakte afspraken in de keten. Kluiters: “Je kunt het misschien nog het beste vergelijken met een bouwdepot: het geld staat op de rekening, maar is bedoeld voor reeds afgesproken doelen en niet vrij te besteden.” Daarbij benadrukt hij dat Verpact eind 2024 nog bijna €500 miljoen aan verplichtingen had uit datzelfde jaar, die pas in 2025 zijn betaald. Die uitleg maakt het beeld genuanceerder. Het saldo is volgens Verpact dus geen spaarpot, maar een logistiek gevolg van een systeem waarin geldstromen binnenkomen en daarna – soms met vertraging – worden doorbetaald aan gemeenten, sorteerders, verwerkers, retailers (voor statiegeldinname) en andere ketenpartners. Toch blijft de discussie relevant. Want of je het nu “oorlogskas”, “bouwdepot” of “tijdelijk saldo” noemt, het gaat om een uitzonderlijk groot bedrag in één centraal systeem. En in een UPV-structuur waarin het bedrijfsleven de rekening betaalt, is de lat voor transparantie automatisch hoog. Waar het geld naartoe gaat: plastic, statiegeld en ketenvergoedingen De investeringsposten maken duidelijk waar de druk zit. Verpact noemt plastic expliciet “de meest kostbare keten”. Niet alleen omdat de volumes groot zijn, maar vooral omdat hoogwaardige recycling lastig en duur blijft. Daarbij speelt dat opbrengsten uit gerecycled plastic vaak achterblijven bij de kosten van inzameling, sortering en verwerking. Dit is precies waar de keten economisch het kwetsbaarst is. CEO Hester Klein Lankhorst vat die realiteit kernachtig samen: “De plasticketen is op dit moment het meest kostbaar. Voor bepaalde plastics is bijsturing nodig om te voorkomen dat recyclers omvallen.” Ze wijst erop dat het doel is dat materialen uiteindelijk hun eigen keten economisch kunnen dragen, maar dat dit nu nog niet altijd mogelijk is. “Waar opbrengsten dat nog niet toelaten, vullen de verpakkersbijdragen het gat zodat de keten blijft functioneren.”
RkJQdWJsaXNoZXIy MTAyNDU4