Pakkracht nr2-2026 Online

18 PAKKRACHT NR 2 2026 COLUMN Michaël Nieuwesteeg is directeur bij het NVC Packaging Centre en in deze column in Pakkracht laat hij zijn licht schijnen over actuele onderwerpen en persoonlijke ervaringen. Michaël Nieuwesteeg Nu durf ik pas in het openbaar te bekennen dat ik het nooit helemaal begrepen heb. De supply chain (leveringsketen) van producten gaat van grondstof via product naar de afval- dan wel post-gebruik fase. Hetzelfde geldt voor verpakkingsmaterialen, dus zeg van boomvezels via vouwkartonnen rijstverpakkingen naar toiletpapier. Verpakken is het tijdelijk integreren van een externe functie en een product om het gebruik van het product mogelijk te maken. Op ieder gegeven moment reist dus eventjes een bepaalde verpakking mee met het product. Maar wanneer is er dan sprake van “de keten”? Voortaan misschien wat vaker het woord Verpakkingsnetwerk kiezen? En nu we toch ‘ontketend’ zijn qua verpakkingstaal (niet te verwarren met het verpakkingsstaal, ofwel Tatataal): wat betekent eigenlijk het woordje Virgin als we verpakkingsmaterialen beschrijven? Voor plastics gaat het om granulaat dat direct van de raffinaderij komt. Daarvoor was het aardolie: een zwarte massa die hoogenergetisch wordt gekraakt en waaruit van tevoren elementen als kwik worden verwijderd (heel weinig, maar het kwik verziekt de katalysatoren). Dan maken we via polymerisatie de alomtegenwoordige plastics polymeren). De verpakker dan wel de gebruiker is blijkbaar degene die de verpakking haar maagdelijkheid ontneemt, want verpakkingsafval en recyclaat vinden we bepaald niet virgin. Maar wat zegt dit alles over de feitelijke materiaaleigenschappen? Wellicht is het beter de begrippen Frontend en Backend materiaal uit het NVC PUMA MANIFEST gebruiken. Dan zijn we meteen van de onduidelijkheden rondom het woord ‘recycling’ af. Want wanneer was de eerste cycle als we re-cyclen? En waar wordt een materiaal naartoe gerecycled? Nooit, maar dan ook nooit in 100% richting exact hetzelfde materiaal, voor zover ik weet en begrijp. Dat brengt ons bij hét woord van nu: circulair. Vroeger hadden we in de verpakkingswereld een afvalprobleem (dat is overigens dus niet een probleem met afvallen). Daarna werkten we aan milieu-oplossingen: we richtten de Stichting Verpakking en Milieu (SVM) op. Toen gingen we voor duurzaam: er kwam een Kennisinstituut Duurzaam Verpakken (KIDV), inmiddels opgegaan in Stichting Verpact. Laatstgenoemde organisatie zet zich met een miljoenenbudget in voor circulair verpakken. Maar wat wordt nu eigenlijk precies bedoeld met de woorden Circulaire Economie? Gelukkig is er het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030, gepubliceerd op 3 februari 2023. In dit document van 172 pagina’s lezen we: “Nederland wil in 2050 volledig circulair zijn, met een economie met zo min mogelijk afval en zonder nodeloze verspilling van grondstoffen.” Dat kan helderder door de dubbele ontkenning (een verspilling van woorden) eruit te halen. Resultaat: “Een circulaire economie is een economie met zo min mogelijk afval en met de noodzakelijke verspilling van grondstoffen”. Helder. Foto: Sandra Zeilstra Photography VERPAKKINGSTAAL ONTKETEND Valt het u óók op dat het woord ‘Keten’ steeds vaker wordt gebruikt? “De Handhavingsketen kan teveel 30 km/uur snelheidsboetes in de Amsterdamse binnenstad niet aan, dus wordt er minder gehandhaafd”. “De Asielketen raakt verstopt als er teveel gemeentes niet meer meedoen aan de Spreidingswet”. “Recent zijn de gesprekken begonnen over een Circulaire Plasticketen”. Maar de moeder van alle ketens vind ik toch wel de Verpakkingsketen. Het woord was helemaal en vogue in Nederland toen ik aantrad als directeur van NVC Packaging Centre (dat is dus heftig lang geleden).

RkJQdWJsaXNoZXIy MTAyNDU4